De trofee blijft in de zaal
Aan het eind van de woensdag zet de zaal de trofee op de plank achter de clock. Hij gaat niet mee naar Roermond, Venlo of Valkenburg. Het kantoor in Maastricht bewaart de naam in het schrift, niet het voorwerp.
Sophie Hendriks schrijft de eindstand over zodra de laatste tafel sluit. De lijst noemt de zaal, de datum en de vorm van die stop. Een shootout in de Kiezelzaal levert een andere plank op dan een bounty in de Mergelzaal.
Wie de volgende week in een andere stad speelt, ziet daar een andere trofee. Het contour deelt geen wisselbeker over de vier zalen. Elke stop houdt zijn eigen einde.
De roulette hoort niet bij die plank. Elise Martens sluit het rad op het afgesproken uur. Fiches die bij de croupier zijn gekocht, gaan terug naar het rad en niet naar de trofee van het laken.
Vier weken later staat dezelfde zaal weer op de kring. De trofee van de vorige keer staat er dan nog, tenzij de zaal hem aan de winnaar van die avond heeft meegegeven. Ook dan blijft het voorwerp in die stad.